Het praktijkexamen

Voor aanvang van het praktijkexamen zal de examinator een aantal zaken met u doornemen.

De belangrijkste zijn:

  • Controleren van uw (geldig) legitimatiebewijs en het uitslagformulier van het theorie-examen.
  • Controleren of de gegevens in het CBR systeem overeenkomt met uw personalia.
  • U dient, in het bijzijn van de examinator, het oproepformulier/eigen verklaring te ondertekenen.
  • De examinator ontvangt van u het gesloten formulier zelfreflectie.
    Op dat formulier heeft u vóór het examen uw sterke en minder sterke punten in het verkeer gezet. Dit formulier wordt na de examenuitslag met u besproken.
  • U zult een kenteken op een afstand van 25 meter moeten lezen.
  • De examinator controleert steekproefsgewijs samen met u de noodzakelijke verlichting van de lesauto.
  • Bij of in de lesauto worden een aantal (technische) vragen gesteld.

Tijdens uw examen wordt er van u zelfstandig rijgedrag verwacht.

Zelfstandige route rijden

  • Variabele oriëntatiepunten.
  • Clusteropdracht kan rijdend worden gegeven.
  • Keuze van zelfstandig rijden hoeft niet van tevoren aangegeven te worden.
  • Kandidaat mag gedurende het zelfstandig rijden aanwijzingen vragen.
  • Bij het gebruik van een navigatiesysteem kan de examinator vragen of u bekend bent met het systeem.
    Zo niet, dan kunt u ervoor kiezen om geen navigatiesysteem te gebruiken.

Bijzondere manoeuvres

Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeer-, parkeer- en een stopopdracht.
Tijdens het rijexamen krijgt u in de meeste gevallen twee bijzondere manoeuvres uitvoeren.

  • Omkeeropdracht
    Bij de omkeeropdracht krijg u al rijdende te horen dat u de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. U kiest zelf waar en hoe u keert. U kunt dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. U moet hierbij laten zien dat U op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
  • Parkeeropdracht
    De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt U de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt U zelf hoe U de parkeeropdracht uitvoert.
  • Stopopdracht
    Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet u zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend “vooruit-rijdend” weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat U een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.

Situatiebevraging

  • Bij dit nieuwe onderdeel wordt u na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom u dat op die manier hebt gedaan.
  • Kan betrokken worden bij de beoordeling, zowel positief als negatief.
  • Deze hoeft niet aangekondigd te zijn.

Zelfreflectie

  • Vóór het examen vult u een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geeft u aan het begin van het examen aan de examinator.
    Deze bekijkt de antwoorden pas na bekendmaking van de examenuitslag en bespreekt samen met u de antwoorden.

Na het praktijk examen hoort u direct de uitslag en samen met het zelfreflectieformulier wordt besproken wat de verbeterpunten zouden kunnen zijn.

Indien u geslaagd bent voor het rijexamen dient u binnen 3 jaar een rijbewijs aan te vragen.


Geldigheid Verklaring van Rijvaardigheid (afgifte door CBR na positieve uitslag Praktijkexamen): 3 jaar.
Geldigheid Verklaring van Geschiktheid (Eigen Verklaring): 1 jaar.